Нидерландско-русский словарь
- Koppig
- Koptelefoon
- Korea
- Koreaan
- Koreaans
- Korenbloem
- Korf
- Korrel
- Korst
- Kort
- Kort Damesjasje
- Kort Geleden
- Kort Overzicht
- Kortademigheid
- Kortaf
- Korter Maken
- Korter Worden
- Kortgeleden
- Korting
- Kortom
- Kortstondig
- Kortzichtig
- Kosmetica
- Kosmos
- Kostbaar
- Kostbaarheid
- Kosteloos
- Kosten
- Kostganger
- Kostprijs
- Kostschool
- Kostuum
- Kotsen
- Kotter
- Kou
- Kou Vatten
- Kou(de)
- Koud
- Koud Maken
- Koud Worden
- Koude Rilling
- Kous
- Kozak
- Kraag
- Kraai
- Kraam
- Kraan
- Kraanmachinist
- Kraanvogel
- Krab
- Krabben
- Krach
- Kracht
- Krachteloos
- Krachtig
- Krachtmeter
- (krachts)inspanning
- Krakeling
- Kraken
- Kramp
- Krampen
- Krankzinnig
- Krans
- Krant
- Kras
- Krassen
- Krediet
- Kreeft
- Kreet
- Kremlin
- Krenken
- Krenking
- Kreta
- Kreuken
- Kreunen
- Kreupel
- Kreupel Bos
- Krijger
- Krijgs-
- Krijgsbuit
- Krijgsgevangene
- Krijgsgevangenschap
- Krijt
- Kring
- Kringloop
- Kristal
- Kristal-
- Kristallen
- Kritiek
- Kroegje
- Kroes
- Kroeskarper
- Krokodil
- Krom
- Kromme
- Krommen
- Kroniek
- Kroniek-
- Kroon
- Kroonlijst